Doelbewust doelloos

 

Hoe vaak speel jij nog? Herinner je je dat pure, zonder nadenken, creëren van fantasiewerelden, dat zonder enig doel ontdekken van hoe materie zich gedraagt of dat uitproberen van reacties van anderen? Gewoon omdat je dat wil? Heb je dat nog wel eens als volwassene? De meeste volwassenen raken daarvan iets kwijt.

Misschien denk je nu bij jezelf: ‘Wat is daar mis mee? Volwassenen spelen toch nog genoeg in hun vrije tijd? Of ze maken hun creativiteit nuttig binnen hun werk. What’s the point?’ Of misschien denk je: het is gewoon een natuurlijk proces dat je speelbehoefte afneemt als je ouder wordt. Misschien teken en zing je wel eens of verzin je af en toe een leuk spel voor je kinderen of je vrienden en vind je dit helemaal prima.

Dit is inderdaad de gangbare opvatting over spelen. Maar het gaat voorbij aan iets. Aan meerdere aspecten om eerlijk te zijn. Doelloos spelen, fantaseren en uitproberen is namelijk -net als mindfulness- een manier om mentaal te ontspannen en om ervaringen te verwerken. Ook helpt het om contact te maken met je innerlijke roerselen. Ik heb het dan over niet-competitief spel. Speel je dat samen met anderen, zoals samen dansen voor de lol, of samen zingen om uiting te geven aan je vreugde of verdriet, dan kan het een gevoel van intense verbondenheid geven, zowel met jezelf als met de ander. Bovendien brengt het leven in de brouwerij, het doet je lichaamssappen stromen en houdt je stralend en gezond.

‘Ai,’ hoor ik je nu denken, ‘dus toch een heleboel doelen!’ Yep. Vandaar ook mijn missie: hoe krijg ik mezelf en anderen weer in die spelstroom die we als kind hadden?