Sprookje aan de hemel

Zonsopkomst is in het Nederlands een woord dat de lading niet dekt. Het is te horkerig voor de sprankeling, het onwaarschijnlijk mooie gebeuren. Dageraad is al beter, maar ook dat woord schiet te kort.

Om half 7 vanochtend ging ik joggen in het park. Het was nog donker buiten. In het oosten begon het te gloren. Ik trok de deur achter me dicht en zag toen aan de andere kant van het firmament een lichtbol naast de straatlantaarns. De maan. Ze keek me vol in het gezicht.

Terwijl ik onder het viaduct het park in liep, volgde ze me achter de bomen langs. Ik keek steeds even achterom en mijn mond viel verder open van verbazing. Toen ze weer helemaal tevoorschijn kwam vanachter de kale kruinen en ze in haar eigen licht stond te schijnen, draaide ik me om en bleef staan; onbewust mijn handen gevouwen en vingertoppen bij mijn lippen. Vervuld zette ik mijn hardlooprondje voort. Bij de vijver aangekomen zag ik haar in volle glorie weerspiegeld in het water.

Ik snelde naar huis, pakte mijn camera en rende vliegensvlug terug om dit natuurverschijnsel ‘te vangen’. Hoewel ik er best leuke plaatjes van kon maken, besefte ik dat deze real life ervaring niet te vangen is. Ik liet de camera zakken en keek naar een onbeschrijfelijk groots en levend schilderij: een witgouden bol, gehangen in een violetkleurige hemel als een lichtgevend sierraad in een met fluweel gevoerde doos van reuzenformaat.

Toen het iets lichter was geworden, draaide ik me om naar het pad. Daar, achter de draden van het spoor, was de lucht helemaal paars-oranje geworden. Oorzaak? De bron van alle tover: onze zon. Opnieuw nam ik foto’s en opnieuw voelde ik de beperking daarvan. Letterlijk omringd door natuurschoon, wandelde ik bedremmeld en gekrompen van ontzag, terug naar mijn kleine holletje. Later hoorde ik dat het een supermaan was.

8 april 2020.